Woody Allen schreef deze verhalen vrijwel allemaal voor het blad The New Yorker en daar zullen ze ook beter tot hun recht zijn gekomen dan in een boek. The Complete Prose is een bundeling van de drie boeken (Getting Even, Without Feathers en Side Effects) waarin al zijn verhalen al eerder waren gepubliceerd. Nadat ik in eerst instantie elk verhaal ging lezen maar sporadisch werd beloond met een goeie grap heb ik helaas door meerdere verhalen heen moeten bladeren. Slechts een paar verhalen zijn me bijgebleven, en die vond ik ook meteen hilarisch. Allen’s interpretatie van de Bijbel bijvoorbeeld in ‘The Scrolls’:
[...] And so he took Isaac to a certain place and prepared to sacrifice him but at the last minute the Lord stayed Abraham’s hand and said, “How could thou doest such a thing?”
And Abraham said, “But thou said-”
“Never mind what I said,” the Lord spake. “Doth thou listen to every crazy idea that comes thy way?” And Abraham grew ashamed. “Er-not really … no.”
“I jokingly suggest thou sacrifice Isaac and thou immediately runs out to do it.”
And Abraham fell to his knees, “See, I never know when you’re kidding.”
And the Lord thundered, “No sense of humor. I can’t believe it.”
“But doth this not prove I love thee, that I was willing to donate mine only son on thy whim?”
And the Lord said, “It proves that some men will follow any order no matter how asinine as long as it comes from a resonant, well-modulated voice.” [...]
Een ander goed verhaal ‘A Twenties Memory’ komt bekend voor als je recentelijk ‘A Midnight in Paris’ gezien hebt. De ontmoeting met beroemde personen uit de Westerse culturele wereld van de jaren twintig wordt hier beschreven. Op jacht in Afrika met Ernest Hemingway en op bezoek bij Pablo Picasso met Gertrude Stein:
[...] We laughed at [Picasso's] delightful notions, but toward the late 1930s, with fascism on the rise, there was very little to laught about. Both Gertude Stein and I examined Picasso’s newest works very carefully, and Gertrude Stein was of the opinion that “art, all art, is merely an expression of something.” Picasso disagreed and said, “Leave me alone. I was eating.” My own feelings were that Picasso was right. He had been eating.” [...]
Mijn oordeel over Woody Allen’s schrijven is niet heel positief, maar dat komt denk ik niet zozeer door Woody Allen maar eerder door mijzelf. Het feit dat al deze verhalen gepubliceerd werden in een weekblad geeft ook aan dat ze geschreven zijn voor een andere manier van lezen dan waar ik mijzelf op ingesteld had. Als je een dergelijk verhaal elke week even tussendoor mag lezen dan ben je daar zeker blij mee. Als je tientallen van zulke verhalen zoals ik achter elkaar gaat lezen dan worden alle kleine grapjes steeds minder waard. Uiteindelijk kijk ik gewoon liever naar zijn films.
De rode loper was al voor me uitgelegd, dacht ik. Het bleek voor de Amsterdam Film Week, het festival met de best beoordeelde films die je om die reden dan ook allemaal al hebt gezien. Het benadrukte misschien ook de allure die het opgepoetste City Theater (Jan Wils, 1935) als nieuw geheel van bioscoop, casino en restaurant hoopt uit te stralen. Mijn interesse ging enkel naar het bioscoopgedeelte maar deze stelde mijn nieuwsgierigheid ietwat teleur.
De huisstijl van Pathé blijkt te bestaan uit paarse vloeren, gele plafonds en zwarte muren. Vooral deze laatste gecombineerd met de onnozele angst om te laat te komen (onnozel aangezien Jean Mineur elke voorstelling minstens een kwartier krijgt om zijn waar te tonen) uitten zich heel even in een vermoeiend gevoel van desoriëntatie. In een gebouw waar een raam een zeldzaamheid is geven zwarte muren al snel het gevoel van een donker hol, en schurken de sferen chic en louche onbedoeld tegen elkaar aan.
Als je kijkt naar het nieuw gebouwde Raakspoort (Bolles & Wilson, 2011) in Haarlem waar zich onderin de bioscoopzalen van Pathé bevinden, begrijp je meteen waarom hier zoveel ruimte is overgelaten voor de vide. Het licht van boven zorgt ervoor dat het vele meters onder de grond ook nog aangenaam blijft. Beide bioscopen zijn zichtbaar flinke investeringen van Pathé en weerspiegelen de hoop op de bioscoopbezoeker die zachte stoelen, grote schermen en een flinke geluidsinstallatie verkiest boven zijn laptop met torrents. Daarnaast zouden de aanwezigheid van het restaurant en het casino ervoor moeten zorgen dat je hele avond gevuld is.
In Hollywood lijkt het steeds gewoner te worden om in de trailer alvast de hele film samen te vatten, zo ook bij Drive (wees gewaarschuwd). Misschien heeft dit te maken met zwakke scenario’s en zouden veel films ook niet langer dan hun trailer mogen duren. Het heeft er in ieder geval voor gezorgd dat ik trailers angstvallig ben gaan mijden. De film Drive had ik echter nog niet eens van gehoord, het was gewoon de enige film die al zo vroeg in de middag draaide. Daarnaast bleek het een PAC-film (Pathé Alternative Cinema) en dat is een initiatief dat ik best met mijn inflaterende euro’s wil steunen.
Het gebrek aan informatie zorgde er misschien voor dat ik me overdreven bewust was van alle beeldsuggesties waarmee ik in mijn hoofd een verhaal trachtte te maken. Ik kon er natuurlijk niet aan ontkomen dat een film die Drive heet ook daadwerkelijk over iemand gaat die in auto’s rijdt, maar ergens hoop je toch op een minder directe interpretatie. Een film over een bejaarde die met zijn scootmobiel de Verenigde Staten doorkruist of een hedonist die plotseling niet meer weet hoe hij moet genieten.
Drive gaat dus wel over een driver, namelijk Ryan Gosling, bekend van Blue Valentine. Overdag werkt hij in een garage en in de avonden verhuurt hij zich aan overvallers als bestuurder van de vluchtauto. Hij is een mysterieuze einzelgänger die weinig van zichzelf prijs geeft, en dus ook zijn naam niet. Hij heeft standaard een houtje in zijn mond en als hij ‘s avonds laat thuis komt staart hij vanuit zijn donkere appartement naar nachtelijk Los Angeles.
De snelheid waarmee de regisseur de hoofdpersoon probeert te introduceren vond ik een beetje smakeloos. Voor ik er erg in had werd ik al voorgesteld aan zijn potentiële vriendin Irene en haar zoontje Benicio. Samen maken ze allemaal leuke ritjes totdat haar man Standard Gabriel terugkomt uit de gevangenis. Hoewel dit natuurlijk problemen in de relationele sfeer oplevert, bleek al snel dat dit niet de insteek van het scenario is. Voor bescherming in de gevangenis heeft Standard wat schulden gemaakt en middels een honkbalknuppel wordt hij er aan herinnerd dat deze nog ingelost moeten worden. Met zijn pogingen om Standard en vooral Irene en haar zoontje te helpen wordt de driver helaas ook het doelwit van de criminelen. Wat volgt is een Western aandoend fight for justice, waar de held alle vijanden zelfstandig uit de weg ruimt.
Het verhaal komt over als een vrij algemene actie-film, maar toch heeft Pathé haar gemiddelde bezoeker willen waarschuwen door hem op te nemen in de PAC-selectie. Een opvallend verschil zit hem in de montage. Er wordt veel gebruik gemaakt van slow motions en de regisseur verkiest duidelijk artistieke boven informatieve shots. Drive wordt vooral bij het begin begeleid door een sterke soundtrack. Wanneer er in een film al één muziekstuk zit dat ik na de film ga opzoeken dan was het mijn geld meer dan waard. Twee aansprekende nummers zijn het syntpoppy Under Your Spell van Desire en eenzelfde nostalgisch aandoende A Real Hero van College en Electric Youth. Zoals ook de titel laten de nummers weinig aan de fantasie over en benadrukt Under Your Spell nog even dat de driver en Irene verliefd zijn.
Mijn enthousiasme geldt helaas niet voor de gehele soundtrack. De slow motions worden begeleid door de synthesizer van Cliff Martinez, voormalig drummer van onder andere de Red Hot Chili Peppers, maar toch vooral filmcomponist. Dit werkt goed bij rijscènes ‘s avonds en helikoptershots van nachtelijk Los Angeles (beide beelden worden herhaaldelijk ingezet) maar niet bij elke actiescène. Een ander foutje lijkt mij het lied Oh My Love, gezongen door Katyna Ranieri, dat wordt ingezet als Shannon, de goedaardige garagebaas vermoord blijkt te zijn. Er worden zeker emoties door dit lied opgewekt, maar romantiek is bij mij niet dezelfde emotie als onrecht.
Na afloop van de film hoorde ik achter me een meisje tegen haar vader zeggen dat de film helaas niet echt was wat ze had verwacht. Haar vriendin had gezegd dat het een soort The Fast and The Furious was, maar dat is het niet. Een misverstand wat een vrouw in de V.S. heeft aangegrepen om een rechtszaak te beginnen. Om dergelijke teleurstellingen te voorkomen is het begrijpelijk dat Pathé de film als PAC-film gemarkeerd heeft. De film is dan ook artistiek gefilmd, de rol van de protagonist is complex en bepaalde geweldscènes worden vrij uitvoerig in beeld gebracht. Toch lijkt het of de regisseur ook niet echt wist welk publiek hij nou wilde aanspreken. De hele film blijft hierdoor wat houterig, maar weet uiteindelijk te overtuigen door een spannend plot en een sterke soundtrack.